1. Home
  2. Diergroepen
  3. Zoogdieren
  4. Veelvraten leven ruig: alles over dit sterke roofdier uit het noorden
Veelvraten leven ruig: alles over dit sterke roofdier uit het noorden

Veelvraten leven ruig: alles over dit sterke roofdier uit het noorden

6 min lezen

Een stuk bevroren vlees is voor de veelvraat nog steeds een maaltijd. Waar andere aaseters moeite hebben met harde resten, komen zijn sterke kaken en stevige kiezen van pas. Zelfs botten kan hij kraken. Handig voor een roofdier dat ook midden in de winter voedsel moet vinden.

Toch past bij die reputatie als krachtpatser een onverwacht detail: hij eet ook bessen. En hoewel zijn naam anders doet vermoeden, werkt hij niet iedere maaltijd meteen naar binnen. Wat overblijft, verstopt hij voor later.

Een grote marter op korte poten

Op het eerste gezicht heeft hij iets van een kleine beer. De ronde oren, brede kop en ruige vacht dragen daaraan bij. Maar de veelvraat (Gulo gulo) hoort bij de marterachtigen, net als de wezel en de otter. Hij geldt als de grootste landbewonende soort binnen die familie.

Zijn lichaam meet ongeveer 65 tot 107 centimeter, zonder de staart van 13 tot 26 centimeter. Veel volwassen dieren wegen rond de 10 tot 20 kilo. Mannetjes zijn doorgaans duidelijk groter dan vrouwtjes; het gewicht verschilt per geslacht en leefgebied.

Onder dat stevige lijf zitten korte poten met brede voeten. Iedere voet heeft vijf tenen en sterke klauwen. De brede voeten komen goed van pas op sneeuw, al blijft lopen door een dik sneeuwdek zwaar werk.

De vacht maakt hem herkenbaar: donkerbruin, met lichtere banden langs de flanken. Die dikke beharing helpt hem de kou te doorstaan. Een winterslaap houdt hij niet.

Een rendier kan op het menu belanden

Een dier van dit formaat dat een rendier doodt: het klinkt onwaarschijnlijk. Toch gebeurt het. Vooral omstandigheden waarin een prooi moeilijk wegkomt, kunnen de kleinere jager een kans geven.

Dat betekent niet dat hij voortdurend grote hoefdieren achtervolgt. Knaagdieren, vogels en eieren leveren eveneens voedsel op. Wat hij eet, hangt sterk af van het seizoen en wat hij onderweg aantreft.

Aas vormt een belangrijk deel van zijn menu. Een eland die door wolven is gedood, kan ook deze marterachtige nog meerdere maaltijden opleveren. Hij hoeft zo’n groot dier dus niet zelf te overmeesteren.

Zijn kaken zijn daarbij nuttiger dan zijn woeste reputatie doet vermoeden. Het gaat niet steeds om een gevecht met een levende prooi. Vaak draait het om het verwerken van taaie huid, hard vlees en achtergebleven botten.

Niet alles gaat meteen op

Er ligt meer vlees dan in één keer op kan. Wat nu? De veelvraat verstopt voedselresten, onder meer onder de sneeuw. Zo kan hij later terugkomen bij een voorraad.

Dat gedrag past goed bij een omgeving waar voedsel verspreid ligt. De ene dag vindt hij een groot kadaver, de andere dag kost het veel zoekwerk om iets eetbaars tegen te komen. Een bewaarde portie kan dan van pas komen.

Zijn dieet bevat bovendien meer dan dierlijk voedsel. Ook vruchten en bessen eet hij wanneer die beschikbaar zijn. De indeling bij de roofdieren betekent dus niet dat iedere hap vlees moet zijn.

Hij benut wat het landschap oplevert. Soms is dat een vogel, soms een gevonden karkas en soms een bes. Juist die afwisseling maakt zijn eetgedrag interessanter dan de naam ‘veelvraat’ suggereert.

Op één dag tientallen kilometers lopen

Tot ongeveer 45 kilometer op een dag afleggen is een flinke prestatie voor een dier op korte poten. Zulke afstanden passen bij zijn uitgestrekte leefgebied.

Een mannetje kan een gebied van ongeveer 600 tot 1.000 vierkante kilometer gebruiken. In sommige omstandigheden loopt dat op tot circa 2.000 vierkante kilometer. Vrouwtjes hebben meestal kleinere leefgebieden, vaak ongeveer 50 tot 350 vierkante kilometer.

Die getallen zijn geen vaste perceelgrenzen. Voedselaanbod, landschap en de aanwezigheid van soortgenoten beïnvloeden hoeveel ruimte een dier gebruikt. Een leefgebied is bovendien niet automatisch een terrein waarvan hij iedere hoek voortdurend verdedigt.

Veelvraten leven doorgaans alleen en laten geurmarkeringen achter. Ze trekken niet als een vaste groep rond.

Ook hun dagindeling ligt niet vast. Ze kunnen overdag en ’s nachts actief zijn, met rustpauzes tussendoor. Een waarneming bij daglicht is dus op zichzelf niets vreemds.

Ooit liep hij ook door Nederland

Voor een wilde veelvraat denk je waarschijnlijk aan Scandinavië, Alaska of Siberië. Toch leefde deze soort tijdens de ijstijd ook in het gebied dat nu Nederland is.

Fossiele resten laten zien dat hij hier ooit voorkwam. Dat is moeilijk voor te stellen bij het huidige landschap: een forse marterachtige die door een koud en open gebied trekt, op zoek naar voedsel.

Zijn huidige verspreidingsgebied ligt veel noordelijker. Hij leeft onder meer in Alaska, Canada, Scandinavië en grote delen van noordelijk Azië. Daar gebruikt hij naaldbossen, toendra’s en berggebieden.

Niet ieder noordelijk bos is daarmee geschikt. Deze dieren hebben veel ruimte nodig, en sneeuw speelt ook bij de voortplanting een belangrijke rol. Een kaart met een groot verspreidingsgebied vertelt daarom niet hoeveel geschikte plekken er werkelijk overblijven.

Maanden tussen paring en zwangerschap

Bij de voortplanting gebeurt iets opmerkelijks: na de paring begint de eigenlijke draagtijd niet meteen.

De soort kent uitgestelde innesteling. Het vroege embryo hecht zich pas later aan de baarmoederwand, waarna de verdere ontwikkeling op gang komt. Daardoor kunnen er vele maanden tussen de paring en de geboorte zitten.

De actieve draagtijd duurt ongeveer 30 tot 50 dagen. De jongen komen meestal in februari of maart ter wereld. Een nest telt doorgaans twee of drie jongen, al komen ook andere aantallen voor.

Het vrouwtje gebruikt een beschutte kraamplaats, vaak onder de sneeuw. Boven de grond blijft het winter, terwijl de jongen in hun schuilplaats opgroeien. Ze drinken ongeveer acht tot tien weken moedermelk en blijven daarna nog afhankelijk van hun moeder.

Een worp in de late winter betekent dus niet dat het vrouwtje al die voorafgaande maanden onafgebroken drachtig was.

Een sterke jager kan toch kwetsbaar zijn

Kaken waarmee je botten kraakt, beschermen niet tegen verlies van leefgebied. Ook vervolging en conflicten met mensen kunnen plaatselijke populaties onder druk zetten.

Vooral waar veelvraten gehouden rendieren doden, kunnen spanningen ontstaan. Daarnaast heeft de jacht op hun pels een rol gespeeld. Hun gewoonte om voedsel uit vallen te halen, maakt ze evenmin geliefd bij iedere pelsjager.

Wereldwijd staat de soort bij de IUCN als niet bedreigd te boek. Dat betekent niet dat iedere populatie veilig is. In afzonderlijke gebieden kunnen aantallen laag zijn of kunnen dieren moeilijk contact houden met andere populaties.

Zijn reputatie tegenover mensen verdient eveneens nuance. Veelvraten vermijden mensen doorgaans. Een ontmoeting is geen reden om dichterbij te komen: houd afstand en benader nooit een hol of jongen.

Veelgestelde vragen over de veelvraat

Hoe groot wordt een veelvraat?

Het lichaam wordt ongeveer 65 tot 107 centimeter lang. Daar komt een staart van 13 tot 26 centimeter bij. Veel volwassen dieren wegen rond de 10 tot 20 kilo, waarbij mannetjes doorgaans groter en zwaarder zijn dan vrouwtjes.

Wat eet een veelvraat?

Aas vormt een belangrijk deel van zijn voedsel. Daarnaast eet hij onder meer knaagdieren, vogels, eieren, vruchten en bessen. Soms doodt hij grotere prooien, zoals rendieren. Zijn menu verschilt per seizoen en leefgebied.

Hoe oud wordt een veelvraat?

In het wild kan hij ongeveer 13 jaar oud worden. Onder menselijke verzorging zijn leeftijden tot circa 18 jaar bekend. Dat zijn mogelijke leeftijden, geen gemiddelde levensverwachtingen voor ieder dier.

Houdt een veelvraat een winterslaap?

Nee. Hij blijft ook in de winter actief en zoekt dan naar prooien, kadavers en opgeslagen voedsel. Zijn dichte vacht helpt tegen de kou. Activiteit en rust wisselen elkaar af, overdag en ’s nachts.

Waarom heet een veelvraat zo?

De herkomst van de Nederlandse naam is minder eenvoudig dan zijn eetlust doet vermoeden. Vaak wordt een verband gelegd met een Scandinavische benaming die ‘bergkater’ betekent. De wetenschappelijke geslachtsnaam Gulo betekent wel ‘gulzigaard’. Zijn Nederlandse naam is dus geen betrouwbare beschrijving van hoeveel hij eet.