1. Home
  2. Diergroepen
  3. Vogels
  4. Wat maakt de keizerspinguïn zo bijzonder? Over kou, kuikens en overleven op Antarctica
Wat maakt de keizerspinguïn zo bijzonder? Over kou, kuikens en overleven op Antarctica

Wat maakt de keizerspinguïn zo bijzonder? Over kou, kuikens en overleven op Antarctica

8 min lezen

Tussen windstoten, krakend zee-ijs en temperaturen die kunnen zakken tot -60 °C staat een vogel wekenlang bijna stil met een ei op zijn voeten. Geen nest van takjes, geen beschut hoekje. Alleen een buikplooi, een portie geduld en een lichaam dat gemaakt is voor Antarctica. Precies daarom blijft de keizerspinguïn zo fascineren.

De keizerspinguïn is de grootste pinguïnsoort op aarde en leeft op en rond het zee-ijs van Antarctica. Op het ijs oogt hij statig. Onder water verandert hij in een jager die diep duikt, lang wegblijft en met verrassend gemak door ijskoud water schiet. Bij deze soort is bijna alles extreem: de kou, de afstanden, het broeden en zelfs het wachten.

De keizerspinguïn is groter dan je denkt

Wie bij een pinguïn aan een klein zwart-wit dier denkt, heeft de keizerspinguïn nog niet goed voor zich gezien. Een volwassen dier wordt meestal rond de 110 centimeter lang. De lengte ligt vaak tussen 100 en 122 centimeter. Het gewicht schommelt grofweg tussen 22 en 45 kilo.

Dat maakt meteen indruk, maar zijn bouw is minstens zo interessant. Hij heeft een gestroomlijnd lichaam, korte poten en vleugels die meer op vinnen lijken dan op vogelvleugels. Alles wijst in dezelfde richting: deze vogel is gemaakt voor water.

Ook zijn verenkleed doet meer dan er netjes uitzien. De zwarte rug, witte buik en gele vlekken bij de hals geven hem zijn bekende uiterlijk, maar die dichte, waterafstotende veren helpen vooral tegen kou en natte wind. In Antarctica is mooi meegenomen. Warm blijven is belangrijker.

Mannetjes en vrouwtjes lijken sterk op elkaar. Wie wie is, zie je dus niet meteen. In een kolonie herkennen ze elkaar vooral aan hun roep. Dat is handig, want tussen duizenden soortgenoten wil je niet per ongeluk bij de verkeerde partner of het verkeerde kuiken uitkomen.

Op zee-ijs begint het zwaarste ouderschap van Antarctica

De keizerspinguïn leeft rond Antarctica, onder meer in gebieden als de Rosszee en de Weddellzee. Broeden doet hij op vast zee-ijs, soms ver van open water. Afstanden van ongeveer 100 kilometer komen voor.

Dat is een opvallende keuze. Voedsel ligt in zee, maar de kraamkamer ligt op het ijs. Ouders moeten dus flink heen en weer reizen om een kuiken groot te krijgen. Makkelijk wordt het nergens.

Daar komt nog iets bij: deze pinguïns leven niet in kleine groepjes. Ze vormen kolonies van duizenden dieren. Een kolonie kan 5.000 tot 10.000 keizerspinguïns tellen. Zo’n plek is geen stille witte vlakte meer, maar een drukke stad van roepende, schuifelende vogels.

Juist in die massa speelt zich een van de opvallendste verhalen uit het dierenrijk af.

Het mannetje van de keizerspinguïn broedt het ei uit

Als er één feit is dat blijft hangen, dan is het dit: bij de keizerspinguïn neemt het mannetje het broeden op zich.

Het vrouwtje legt één ei. Daarna draagt ze het voorzichtig over aan het mannetje en vertrekt naar zee om te eten. Dat overgeven is een spannend moment, want het ei mag het ijs eigenlijk niet raken. De kou is daar te streng voor.

Vervolgens begint voor het mannetje een lange wacht. Hij balanceert het ei op zijn voeten en bedekt het met een warme buikplooi. Daar blijft het ongeveer 64 dagen. Meer dan twee maanden dus.

In die periode eet hij niet. Hij blijft op het ijs, houdt het ei warm en moet de Antarctische winter doorstaan. Dat beeld is bijna niet te overtreffen: een vader die in de poolnacht blijft staan terwijl de wind over het ijs jaagt. Geen wonder dat de keizerspinguïn zo vaak wordt genoemd als voorbeeld van uitzonderlijk oudergedrag.

Warm blijven doet de keizerspinguïn samen

Op een plek waar de temperatuur diep onder nul duikt, red je het niet met een dikke verenjas alleen. Daarom vormt de keizerspinguïn zogeheten huddles: dichte groepen waarin de dieren tegen elkaar aan staan.

Dat ziet er van een afstand bijna uit als een langzaam schuivende klomp zwart en wit. Van dichtbij is het pure overleving. Door dicht op elkaar te staan, houden ze warmte vast en vangen ze minder wind. De dieren aan de buitenkant krijgen het zwaarder, dus de groep blijft bewegen. Zo wisselen plekken steeds.

Bij jonge dieren is dat extra belangrijk. In het midden van zo’n groep is het veiliger dan aan de rand. Het is geen gezellig ritueel, maar een slimme manier om energie te sparen in een omgeving die weinig fouten vergeeft.

Ook in een kolonie van duizenden gaat het trouwens niet altijd vreedzaam. Er kan geduw en geroep ontstaan als dieren hun plek verdedigen. Zelfs op een enorme ijsvlakte blijkt ruimte soms toch schaars.

Onder water is de keizerspinguïn een topsporter

Waggelend op het ijs oogt de keizerspinguïn bijna plechtig. Zodra hij het water in glijdt, verandert dat beeld meteen. Dan zie je pas waar zijn lichaam echt voor gebouwd is.

Hij jaagt op vis, krill en koppotigen zoals inktvis en pijlinktvis. Gemiddeld duikt hij naar 150 tot 250 meter diepte. Uitschieters tot 550 meter zijn gemeld. Daarmee geldt de keizerspinguïn als de diepst duikende vogel ter wereld.

Ook de tijd onder water is indrukwekkend. Deze soort kan 18 tot 27 minuten onder water blijven. Dat is geen kort sprintje, maar een serieuze jachttocht in donker, koud water.

Zijn lichaam helpt daarbij. In tegenstelling tot vliegende vogels heeft hij stevige, massieve botten. Die zijn handig bij diepe duiken, omdat ze beter passen bij de druk onder water. Zijn vleugels werken als krachtige vinnen en zijn gestroomlijnde vorm beperkt weerstand.

Soms schiet hij in een reeks sprongen uit het water en weer terug. Dat gedrag heet bruinvissen. Het ziet er speels uit, maar het helpt ook om efficiënt te blijven bewegen.

Een kuiken van de keizerspinguïn begint als pluizenbol

Een jong van de keizerspinguïn lijkt eerst nauwelijks op zijn ouders. Geen glad zwart-wit pak, maar een grijze, donzige vacht met een donker-witte kop. Schattig, zeker. Klaar voor het poolleven? Nog lang niet.

De eerste periode is kwetsbaar. Het kuiken is volledig afhankelijk van zijn ouders voor warmte en voedsel. Na ongeveer anderhalve maand gaan beide ouders jagen en sluiten de jongen zich vaak aan bij een crèche. Dat is een groep kuikens die dicht bij elkaar blijft.

Zo’n crèche is geen oppasclub uit gezelligheid. Het is een praktische oplossing. Samen staan is veiliger en warmer dan alleen op het ijs.

Er zit nog een lastig detail aan hun jeugd. In de eerste vier maanden hebben jonge keizerspinguïns nog geen volledig waterdicht verenkleed. Ze kunnen dus niet meteen het ijskoude water in zoals volwassen dieren dat doen. Eerst moeten ze groeien, ruien en sterker worden.

Pas later verlaten ze hun ouders en gaan ze zelf op weg. Tegen die tijd hebben ze al een van de zwaarste starts in het dierenrijk achter de rug.

De keizerspinguïn heeft vijanden op het ijs en in zee

Groot zijn betekent niet onaantastbaar zijn. Ook de keizerspinguïn heeft vijanden.

Voor kuikens vormen Zuidelijke Reuzenstormvogels en Zuidpooljagers een risico. Volwassen dieren moeten vooral opletten voor orka’s en zeeluipaarden. Op het ijs dreigt gevaar uit de lucht. In zee komt het van onderen of opzij.

Daarnaast heeft deze soort te maken met veranderingen in zijn leefgebied. Zee-ijs is niet zomaar decor, maar de basis van het hele broedseizoen. Als het ijs te vroeg afbreekt, komen eieren en kuikens in de problemen. Kuikens kunnen dan verdrinken of door kou sterven voordat hun verenkleed hen voldoende beschermt.

Ook verstoring door mensen kan invloed hebben, net als veranderingen in voedselaanbod. Juist omdat de keizerspinguïn zo sterk afhankelijk is van stabiel zee-ijs, laat deze vogel goed zien hoe kwetsbaar leven in Antarctica kan zijn.

Waarom de keizerspinguïn zo blijft hangen

Sommige dieren zijn indrukwekkend door snelheid. Andere door kracht. De keizerspinguïn blijft vooral hangen door zijn combinatie van uithoudingsvermogen, precisie en timing.

Hij broedt op een plek waar bijna niets vanzelf gaat. Hij duikt dieper dan welke andere vogel ook. Hij leeft in kolonies die tegelijk chaotisch en slim georganiseerd zijn. En hij begint zijn gezinsleven midden in de Antarctische winter, op zee-ijs, met één ei dat geen seconde verkeerd mag liggen.

Misschien is dat wel het sterkste beeld: niet de duik, niet de kolonie, maar dat ene mannetje op het ijs. Wind om hem heen, ei op zijn voeten, wachten tot het lukt.

FAQ over de keizerspinguïn

Hoe groot wordt een keizerspinguïn?

Een keizerspinguïn wordt gemiddeld ongeveer 110 centimeter lang. De meeste dieren zitten tussen 100 en 122 centimeter.

Wat eet een keizerspinguïn?

Deze pinguïn eet vooral vis, krill en koppotigen zoals inktvis en pijlinktvis.

Waar leeft de keizerspinguïn?

De keizerspinguïn leeft op en rond het zee-ijs van Antarctica, onder meer in gebieden als de Rosszee en Weddellzee.

Hoe diep kan een keizerspinguïn duiken?

Gemiddeld duikt hij naar 150 tot 250 meter. Er zijn duiken tot 550 meter gemeld.

Kan een keizerspinguïn vliegen?

Nee. Zijn vleugels zijn geëvolueerd tot vinachtige flippers waarmee hij krachtig zwemt.

Wat moet je doen als een pinguïn ziek lijkt?

Bij ziekteverschijnselen of twijfel over de gezondheid van een pinguïn hoort altijd een dierenarts of gespecialiseerde dierenverzorger te worden geraadpleegd.