1. Home
  2. Diergroepen
  3. Zoogdieren
  4. De rode panda uitgelegd: geen beer, geen wasbeer, maar wel heel bijzonder
De rode panda uitgelegd: geen beer, geen wasbeer, maar wel heel bijzonder

De rode panda uitgelegd: geen beer, geen wasbeer, maar wel heel bijzonder

8 min lezen

  1. Dat is het jaar waarin de rode panda al een wetenschappelijke naam kreeg. De reuzenpanda volgde pas veel later. Wie dus de “oorspronkelijke panda” wil aanwijzen, komt uit bij dit kleine klimmertje met zijn roodbruine vacht en geringde staart.

De rode panda is geen beer en ook geen wasbeer

De naam zorgt al snel voor verwarring. Een rode panda is geen kleine beer. Ook geen wasbeer in een dikkere jas. Hij hoort bij een eigen familie: de Ailuridae. En daar is hij zelfs de enige nog levende soort van.

Dat maakt hem meteen bijzonder. Hij staat dus niet simpelweg ergens tussen andere bekende dieren in, maar vormt zijn eigen tak. De wetenschappelijke naam, Ailurus fulgens, betekent zoiets als vuurkleurige kat. Dat past verrassend goed. Zijn rug en kop zijn roodbruin, de buik en poten donker, en zijn gezicht lijkt bijna met vaste penseelstreken getekend. Witte vlekken rond de snuit, lichte wenkbrauwen en donkere strepen onder de ogen maken hem direct herkenbaar.

Groot is de rode panda niet. De kop-romplengte ligt meestal tussen 50 en 65 centimeter. Daar komt nog een staart van 28 tot 50 centimeter bij. Het gewicht blijft vaak tussen 3 en 6 kilo. Dat is ongeveer het formaat waarbij je eerder aan een forse huiskat denkt dan aan een dier met “panda” in de naam.

Die pluimstaart van de rode panda is een deken, stuur en steunkussen tegelijk

Wie een rode panda ziet, kijkt bijna automatisch naar de staart. Terecht ook, want dat ding is niet zomaar decoratie. De staart is lang, dik behaard en vaak geringd in roodbruine, lichte en donkere tinten. Hij kan tot zo’n 47 centimeter lang worden.

In de koude bergbossen waar dit dier leeft, komt dat goed van pas. Tijdens het slapen krult hij zich op en slaat hij de staart om zijn lichaam heen. Een ingebouwde deken dus. Op hoogte, waar het fris kan zijn, is dat geen luxe.

Ook tijdens het klimmen helpt die staart. Een rode panda leeft veel in bomen en beweegt daar behendig tussen takken. Zijn half-intrekbare klauwen geven grip. De behaarde voetzolen beschermen tegen kou en zorgen voor extra houvast. En dan zijn er nog de flexibele enkels. Daarmee kan hij met zijn kop naar beneden uit een boom afdalen. Dat ziet er minder stuntelig uit dan je zou verwachten.

Nog zo’n slim detail zit bij de voorpoten. Net als de reuzenpanda heeft hij een verlengd polsbeen, vaak een valse duim genoemd. Daarmee kan hij bamboe beter vastpakken. Geen echte duim dus, maar wel een handige oplossing.

Een rode panda eet bijna alleen bamboe, maar zijn lijf is daar niet ideaal voor gebouwd

Hier wordt het pas echt vreemd. De rode panda leeft voor 95 tot 98 procent op bamboe, vooral bladeren en jonge scheuten. Toch heeft hij niet het lichaam van een typische planteneter. Zijn gebit en spijsvertering passen meer bij een carnivoor.

Dat levert een probleem op. Bamboe geeft weinig energie. Dus moet hij veel eten om genoeg brandstof binnen te krijgen. Soms besteedt een rode panda tot 13 uur per dag aan eten. Op een dag kan hij tot 2 kilo bamboe wegwerken. Niet uit gulzigheid, maar uit noodzaak.

Daarnaast eet hij ook andere dingen wanneer die beschikbaar zijn, zoals fruit, bessen, wortels, eikels, grassen, noten, eieren, larven en kleine dieren. Maar bamboe blijft de hoofdmoot.

Het grappige beeld is snel gemaakt: een sierlijk boombewonend dier met een bijna nette, rustige uitstraling dat in werkelijkheid een groot deel van de dag simpelweg zit te kauwen om zijn energierekening rond te krijgen.

Waar leeft de rode panda? Hoog, koel en vol bamboe

Wie zich afvraagt waar leeft de rode panda, moet niet aan vlakke bossen denken. Dit dier hoort thuis in vochtige bergwouden van de oostelijke Himalaya en het zuidwesten van China. Hij komt voor in Nepal, Bhutan, India, Myanmar en China.

Het leefgebied ligt vaak op 2.200 tot 4.800 meter hoogte. In veel beschrijvingen kom je ook bandbreedtes tegen van ongeveer 1.800 tot 4.000 meter. Hoe dan ook: de rode panda leeft hoog, koel en tussen dichte begroeiing. Bamboe moet er volop aanwezig zijn, anders houdt het snel op.

Dat landschap verklaart veel aan zijn bouw. De dikke vacht houdt warmte vast. De poten en voetzolen zijn aangepast aan kou en grip. En omdat hij veel tijd in bomen doorbrengt, is klimmen voor hem geen extraatje maar dagelijkse routine.

Ongeveer de helft van het leefgebied ligt in de oostelijke Himalaya. Dat maakt die regio extra belangrijk voor het voortbestaan van de soort.

De rode panda houdt van rust en komt vooral in de schemering in beweging

Midden op de dag druk rondrennen? Dat past niet bij de rode panda. Hij is vooral actief in de vroege ochtend, de avond en de nacht. Overdag rust hij vaak in bomen.

Dat heeft veel te maken met zijn energiezuinige levensstijl. Als je vooral leeft op voedsel dat weinig oplevert, moet je slim met je krachten omgaan. Veel rusten is dan gewoon handig. Winterslaap houdt hij niet. Ook in de koudere periode blijft hij actief.

Verder leeft een rode panda meestal alleen. Het zijn solitaire dieren. Buiten de paartijd zoeken ze elkaar weinig op. Ze markeren hun territorium met urine en met geur uit anaalklieren. Voor mensen klinkt dat weinig charmant, maar in een dicht bos werkt geurcommunicatie nu eenmaal prima.

En dan de geluiden. Wie denkt dat dit dier geruisloos door het bos glijdt, heeft het mis. Een rode panda kan fluiten, proesten, snuiven, grommen en blazen. Er wordt zelfs een kwakend gesnuif als dreigement beschreven. Dat is zo’n detail dat je niet snel vergeet. Het uiterlijk zegt knuffelbaar, het geluid zegt: blijf even op afstand.

Van blind jong tot behendige klimmer

De voortplanting van de rode panda vraagt om goede timing. De paartijd valt in de winter. Vrouwtjes zijn maar een paar dagen per jaar vruchtbaar, dus het moment luistert nauw.

Na een draagtijd van ongeveer 130 dagen worden de jongen geboren. Er worden ook bandbreedtes genoemd van 115 tot 145 dagen. Een nest bestaat meestal uit 1 tot 4 jongen, vaak zijn het er 2.

Bij de geboorte zijn de jongen blind. Hun ogen gaan pas na ongeveer 18 dagen open. In het begin drinken ze moedermelk. Rond 4 maanden schakelen ze over op vast voedsel. De moeder verzorgt de jongen alleen. Het mannetje helpt daar niet bij.

Jonge dieren zien er anders uit dan volwassen exemplaren. Ze hebben eerst een bruingelige vacht en een lichter kopje. Later wordt de kleur roder en krijgt het gezicht het bekende patroon. Na ongeveer 18 maanden zijn ze geslachtsrijp.

Dat betekent dus dat de pluizige boombewoner die zo zelfverzekerd over takken loopt, ooit begon als een blind jong in een nest, volledig afhankelijk van zijn moeder.

Waarom de rode panda zo geliefd is en toch kwetsbaar blijft

Sommige dieren worden beroemd door grootte of kracht. De rode panda doet het anders. Hij wint mensen voor zich met zijn uiterlijk, zijn vreemde familiegeschiedenis en zijn merkwaardige aanpassingen.

Een van de opvallendste weetjes is de parallel met de reuzenpanda. Ze zijn geen directe familie, maar eten allebei veel bamboe en ontwikkelden allebei een soort valse duim. Dat gebeurde los van elkaar. Zelfde probleem, vergelijkbare oplossing. Juist dat maakt de rode panda zo interessant.

In zijn leefgebied speelt hij ook een rol in het ecosysteem. Hij eet veel bamboe en is zelf prooi voor roofdieren zoals sneeuwpanters, panters, jakhalzen, marters en roofvogels.

Tegelijk gaat het niet goed met de soort. De rode panda is bedreigd. De populatie is in ongeveer 20 jaar naar schatting met 50 procent afgenomen. In het wild leven minder dan 10.000 dieren. De grootste problemen zijn verlies van leefgebied, versnippering van bossen, ontbossing voor brandhout en landbouw, stroperij en de gevolgen van klimaatverandering.

Zijn opvallende vacht heeft hem daarbij niet geholpen. In delen van China werd die gebruikt voor gelukshoeden. Aan de andere kant zijn er ook natuurorganisaties en dierentuinen die zich inzetten voor bescherming van de soort, onder meer via fok- en managementprogramma’s.

Dat dubbele beeld blijft hangen. De rode panda oogt als een dier dat moeiteloos harten verovert, maar juist zulke soorten blijken in het wild vaak kwetsbaar.

FAQ over de rode panda

Hoe groot wordt een rode panda?

Een rode panda heeft meestal een kop-romplengte van 50 tot 65 centimeter. De staart is 28 tot 50 centimeter lang. In totaal kom je vaak uit op 80 tot 110 centimeter.

Wat eet een rode panda?

Het dieet bestaat voor 95 tot 98 procent uit bamboe. Daarnaast eet de rode panda ook fruit, bessen, eieren, larven, wortels en soms kleine dieren.

Waar leeft de rode panda?

De rode panda leeft in bergbossen van Nepal, Bhutan, India, Myanmar en China, vooral in de oostelijke Himalaya en het zuidwesten van China.

Hoe oud wordt een rode panda?

In het wild wordt een rode panda meestal 8 tot 10 jaar oud, soms 11 jaar. In gevangenschap kan dat oplopen tot 17 tot 20 jaar.

Is de rode panda bedreigd?

Ja. De rode panda heeft de status bedreigd. In het wild leven minder dan 10.000 dieren en de populatie is sterk afgenomen.

Wat moet je doen als een rode panda in een dierentuin ziek oogt?

Stel zelf geen diagnose. Zie je duidelijke klachten of afwijkend gedrag bij een dier in een opvang of dierentuin, meld dat dan bij de verzorgers of een dierenarts.