1. Home
  2. Diergroepen
  3. Vissen en zeedieren
  4. De walrussen uitgelegd: waarvoor dienen die enorme slagtanden eigenlijk?
De walrussen uitgelegd: waarvoor dienen die enorme slagtanden eigenlijk?

De walrussen uitgelegd: waarvoor dienen die enorme slagtanden eigenlijk?

8 min lezen

Twee tanden die blijven doorgroeien, een snor vol gevoelige haren en een lijf dat richting 2.000 kilo kan gaan. De walrus ziet eruit als een dier dat per ongeluk uit losse onderdelen is samengesteld, maar bijna alles aan hem heeft een functie. Juist dat maakt deze poolbewoner zo leuk om beter te bekijken.

De walrus leeft in koude Arctische zeeën op het noordelijk halfrond. Je vindt hem op drijfijs, langs kusten en boven ondiepe zeebodems waar veel voedsel ligt. Volwassen dieren worden ongeveer 2 tot 3,5 meter lang. Het gewicht loopt uiteen van zo’n 700 tot 2.000 kilo. Dat is fors, maar het opvallendst zijn toch die slagtanden en die dikke snor. En nee, die zijn niet voor de show.

De walrus draagt eigenlijk twee reusachtige hoektanden

Wie voor het eerst een walrus ziet, kijkt meestal meteen naar de slagtanden. Logisch. Ze springen in het oog en geven het dier iets strengs. Toch zijn het geen aparte tanden, maar verlengde hoektanden. Ze groeien het hele leven door.

Bij mannetjes zijn ze vaak langer en zwaarder dan bij vrouwtjes. Dat verschil is handig in de groep, want formaat telt. Een grote walrus met flinke slagtanden maakt indruk zonder eerst te hoeven vechten. In kolonies speelt rangorde een duidelijke rol, en die tanden werken daarbij bijna als een visitekaartje.

Tijdens de paartijd wordt dat nog duidelijker. Dan kunnen mannetjes fel met elkaar botsen om dominantie. De slagtanden zijn dan geen versiering meer, maar gereedschap in een serieus gevecht.

Waarom een walrus zijn slagtanden steeds gebruikt

Die beroemde tanden hebben meer dan één taak. Een walrus gebruikt ze bij gevechten, als verdediging en als hulpstuk op het ijs. Vooral dat laatste verrast veel mensen.

Als een dier uit het water op het ijs wil klauteren, kan het de tanden gebruiken als houvast. Dat beeld past zelfs bij de wetenschappelijke naam Odobenus rosmarus. Die verwijst naar lopen of trekken met behulp van tanden. Een walrus kan zijn slagtanden ook in het ijs zetten om tijdens het rusten extra grip te houden.

Soms helpen ze ook bij het loswerken van voedsel op de zeebodem. Niet als een nette pincet, eerder als grof gereedschap. Dat past goed bij een dier dat veel tijd doorbrengt met zoeken in modderige bodemlagen.

De naam walrus heeft trouwens ook een mooi verleden. Die zou teruggaan op het oude Scandinavische val ross, oftewel “walvispaard”. Een vreemd woord, maar na één blik op zo’n kolos snap je wel hoe iemand daarop kwam.

De snor van de walrus is geen versiering

Als de tanden alle aandacht krijgen, doet de snor het echte speurwerk. De stijve snorharen van een walrus heten vibrissae. Dat zijn gevoelige tastorganen waarmee het dier de bodem afzoekt.

Daarmee spoort hij voedsel op in ondiep water, vaak op 10 tot 50 meter diepte. Soms duikt een walrus dieper, tot rond 80 meter tijdens het zoeken naar eten. Op het menu staan vooral tweekleppige schelpdieren, zoals mosselen en kokkels. Daarnaast eet hij ook garnalen, krabben, slakken, kokerwormen, manteldieren, zeekomkommers en vis. Er zijn ook meldingen van zeevogels of zeehonden als prooi, al draait zijn dieet vooral om bodemdieren.

Het eten zelf is ook mooi om voor je te zien. Een walrus zuigt het zachte deel uit een schelp door met zijn mond een vacuüm te maken. Dat klinkt bijna als een goocheltruc, maar voor een dier dat tot 45 kilo voedsel per dag kan eten, is het gewoon handig.

Op land oogt een walrus log, maar dat klopt niet helemaal

Op een strand of ijsschots lijkt een walrus vooral een schuivende berg huid, vet en spier. Toch is hij handiger dan je denkt. Anders dan echte zeehonden kan hij zijn achterflippers naar voren draaien. Daardoor kan hij zich op land beter voortbewegen, een beetje zoals zeeleeuwen dat doen.

Dat is nuttig, want deze soort rust veel op ijsranden, kusten en kleine eilanden. Meestal blijft een walrus boven het continentale plat, in ondiepe zeeën waar de bodem rijk is aan voedsel. Vaak blijven de dieren ook vrij dicht bij de kust, meestal binnen ongeveer 15 kilometer.

Zijn huid helpt hem in die koude leefwereld. Die is dik, geplooid en bedekt met een flinke blubberlaag. Op de nek kan de huid ongeveer 4 centimeter dik zijn. Jonge dieren zijn donkerder van kleur. Oudere dieren ogen vaak rozer of roestkleuriger. Als een walrus het warmer krijgt, kan de huid nog rozer lijken door extra bloedtoevoer.

Zelfs de kop valt op. Die is klein in verhouding tot de rest van het lijf, met kleine ogen en nauwelijks zichtbare oren. Alles aan dit dier lijkt gebouwd voor een leven in koud water.

Een walrus ligt zelden graag alleen

Wie beelden van een rustende groep ziet, merkt het meteen: een walrus houdt van gezelschap. Soms liggen er honderden of zelfs duizenden dicht tegen elkaar aan. Dat ziet er bijna gezellig uit, maar het heeft vooral met veiligheid en groepsgedrag te maken.

Buiten de paartijd leven mannetjes en vrouwtjes vaak in gescheiden groepen. Binnen zo’n kolonie is er een duidelijke rangorde. Grootte en slagtanden spelen opnieuw mee. Een walrus die hoog in de rangorde staat, krijgt makkelijker ruimte en rust.

Een dier dat helemaal alleen rondhangt, valt op. Dat kan wijzen op problemen, bijvoorbeeld een verwonding of ziekte. Zie je in een opvang, dierentuin of aan de kust een walrus die sloom oogt, slecht beweegt of apart blijft liggen, dan is het verstandig dat deskundigen of een dierenarts meekijken. Zelf ingrijpen is bij zo’n groot wild dier geen goed idee.

Groepsleven heeft ook een kwetsbare kant. Als er paniek uitbreekt door verstoring, bijvoorbeeld door schepen of hard geluid, kan een dichte groep in beweging komen. Dat levert risico op, zeker voor jonge dieren.

Een walruskalf begint al met 50 tot 60 kilo

Een pasgeboren walrus is geen miniatuurversie die je over het hoofd ziet. Een kalf is ongeveer 1 meter lang en weegt rond de 50 tot 60 kilo. Toch moet het meteen mee in een wereld van koud water en drijfijs, dus snel kunnen zwemmen is geen luxe.

Meestal krijgt een vrouwtje één jong. Tweelingen zijn zeldzaam. De geboorte valt tussen midden april en midden juni. Daar gaat een lange voortplantingscyclus aan vooraf. De totale draagtijd duurt ongeveer 14 tot 16 maanden. Dat komt mede doordat de bevruchte eicel eerst 4 tot 5 maanden in rust blijft voordat de ontwikkeling echt begint.

Een jong drinkt ongeveer twee jaar melk en blijft daarna vaak nog 1 tot 3 jaar bij de moeder. Dat is een lange leertijd. Vrouwtjes zijn geslachtsrijp vanaf ongeveer 5 tot 6 jaar. Mannetjes zijn dat vanaf 9 tot 10 jaar, maar doen meestal pas later echt mee aan de voortplanting, vaak pas rond 14 tot 16 jaar. Eerst groot genoeg worden, dan pas de strijd aangaan: dat past goed bij de manier waarop een walrus leeft.

In het wild worden deze dieren meestal 20 tot 30 jaar oud. Sommige halen 40 jaar.

De walrus kan langer onder water blijven dan je denkt

Een walrus oogt op het ijs loom, maar onder water verandert dat beeld. Hij kan tot ongeveer 30 minuten onder water blijven. Gewone duiken voor voedsel gaan vaak naar 80 tot 90 meter, maar er zijn ook veel diepere duiken waargenomen van meer dan 500 meter.

Dat is knap voor een dier dat niet jaagt op snelle scholen vis, maar vaak rustig en precies de bodem afspeurt. Een walrus combineert dus massa met verrassend veel controle.

En dan is er nog een detail dat bijna altijd blijft hangen als je het eenmaal weet: het penisbot, ook wel baculum, is bij deze soort uitzonderlijk groot. Bij de walrus kan dat meer dan 60 centimeter lang zijn en ruim 1 kilo wegen. Niet het eerste feit dat je op een verjaardagsfeestje verwacht, wel eentje dat je niet snel vergeet.

De walrus heeft het zwaar door jacht, ijsverlies en verstoring

De walrus geldt als een kwetsbare soort. Vroeger werd er veel op gejaagd voor ivoor, vlees en traan. Die druk van de mens heeft de soort lang parten gespeeld.

Daar komt nog iets bij: minder zee-ijs betekent minder rustplekken. Voor een dier dat sterk leunt op ijsranden en veilige verzamelplaatsen, is dat een groot probleem. Ook verstoring door scheepvaart en geluid kan veel invloed hebben. Een groep die in paniek raakt, brengt zichzelf snel in gevaar.

Tegelijk heeft de walrus voor Inuitgemeenschappen lang een belangrijke rol gespeeld, als bron van voedsel en materiaal. Dat laat zien hoe sterk mens en poolgebied met elkaar verweven zijn.

Af en toe duikt er zelfs een walrus op ver buiten zijn gewone leefgebied. Zulke waarnemingen trekken meteen veel aandacht. Niet gek, want een dier dat zo duidelijk bij het poolijs hoort, verwacht je niet snel dichter bij huis.

Veelgestelde vragen over de walrus

Hoe groot wordt een walrus?

Een walrus wordt ongeveer 2 tot 3,5 meter lang en weegt tussen de 700 en 2.000 kilo.

Wat eet een walrus?

Een walrus eet vooral tweekleppige schelpdieren zoals mosselen en kokkels. Daarnaast staan ook garnalen, krabben, slakken, zeekomkommers, kokerwormen, manteldieren en vis op het menu.

Waar leeft een walrus?

De walrus leeft in koude Arctische zeeën op het noordelijk halfrond, vaak op drijfijs, langs kusten en boven ondiepe zeebodems.

Waarvoor gebruikt een walrus zijn slagtanden?

Een walrus gebruikt zijn slagtanden bij gevechten, als verdediging, om houvast op het ijs te krijgen en soms om voedsel op de bodem los te werken.

Hoe oud wordt een walrus?

Een walrus wordt in het wild meestal 20 tot 30 jaar oud. Sommige dieren halen 40 jaar.