1. Home
  2. Diergroepen
  3. Zoogdieren
  4. De narwal uitgelegd: waarom deze walvis een ‘slagtand’ heeft en leeft in ijskoude zeeën
De narwal uitgelegd: waarom deze walvis een ‘slagtand’ heeft en leeft in ijskoude zeeën

De narwal uitgelegd: waarom deze walvis een ‘slagtand’ heeft en leeft in ijskoude zeeën

7 min lezen

De narwal lijkt verzonnen. Alsof iemand een walvis tekende, daarna twijfelde, en er toen toch nog een eenhoorn-detail aan toevoegde. Alleen is die beroemde “slagtand” geen hoorn. Bij de narwal is het een uitgerekte linker hoektand. En wat voor een: 1,5 tot 3 meter lang, ongeveer 10 kilo zwaar en vol zenuwuiteinden. Tot wel 10 miljoen.

Dat maakt de narwal meteen een van de opvallendste dieren van het noordpoolgebied. Die tand is geen versiering voor de show. Hij helpt de narwal veranderingen in waterdruk, temperatuur en zoutgehalte op te merken. Best knap voor iets dat eruitziet als een reusachtige kurkentrekker.

Geen wonder dat mensen die tand vroeger verkochten als eenhoornhoorn. De mythe verkocht zichzelf bijna.

Waarom de narwal geen rugvin heeft

Nog zo’n detail dat je niet snel vergeet: de narwal heeft geen rugvin. Op zijn rug loopt alleen een lage rugkam. Dat ziet er misschien kaal uit, maar onder pakijs is het juist handig.

De narwal leeft een groot deel van het jaar in ijskoude Arctische wateren, vaak onder dicht zee-ijs. Om adem te halen gebruikt hij scheuren en open plekken in het ijs, de zogeheten polynya’s. Een hoge rugvin zou daar vooral in de weg zitten. Met een gladde rug glijdt de narwal makkelijker onder het ijs door.

Je vindt de narwal tussen 65 en 85 graden noorderbreedte. Vooral in de Canadese Arctische Archipel, Hudsonbaai, Baffinbaai, rond Groenland, bij Spitsbergen en in Russische wateren. In de zomer trekt hij naar ondiepere kustwateren en fjorden. In de winter volgt hij het zee-ijs weer naar diepere delen van de oceaan.

Zelfs de naam heeft iets eigenaardigs. “Narwal” komt waarschijnlijk van het Oudnoorse nárhval, oftewel “lijk-walvis”. Niet bepaald charmant, wel onvergetelijk. Waarschijnlijk sloeg het op de grijze, gevlekte huid en het stille drijven aan het oppervlak.

De narwal duikt dieper dan je denkt

Wie aan een narwal denkt, ziet vaak eerst die tand. Maar onder water gebeurt het pas echt. De narwal kan duiken tot 2370 meter diep en zijn adem 25 tot 30 minuten inhouden. Daarmee hoort hij bij de diepst duikende walvisachtigen.

Dat is lastig voor te stellen. Boven hem ligt ijs. Om hem heen is het donker. En dan zakt hij nog verder, richting de diepe bodem, op zoek naar voedsel.

Op het menu van de narwal staan onder meer Arctische en polaire kabeljauw, Groenlandse heilbot, inktvissen, garnalen en andere schaaldieren. Het is dus geen rustige filtereter die met open mond door zee zweeft. De narwal jaagt gericht in koud, diep water.

En ja, die tand speelt daar weer een rol in. Met drones is gezien dat narwals vissen met hun slagtand kunnen aantikken of uit koers brengen. Daarna zuigen ze de prooi met de mond naar binnen. Dat maakt die tand nog vreemder en leuker tegelijk. Hij is gevoelig, opvallend en ook nog bruikbaar tijdens de jacht.

De slagtand van de narwal is ook een visitekaartje

Bij de narwal hebben meestal de mannetjes zo’n lange slagtand. Ongeveer 15 procent van de vrouwtjes heeft er ook een, maar meestal blijft die kleiner. Mannetjes zijn vaak ook wat groter en zwaarder.

Volwassen narwals worden 4 tot 5,5 meter lang, zonder slagtand gemeten. Ze wegen meestal 800 tot 1600 kilo. Een mannetje kan tot 5,4 meter lang worden en rond de 1900 kilo wegen. Vrouwtjes blijven meestal iets kleiner, tot ongeveer 4,9 meter en 1550 kilo.

Die slagtand is niet alleen handig bij het jagen. Hij speelt ook mee in het sociale leven. Mannelijke narwals doen aan ‘tusken’: ze wrijven hun slagtanden tegen elkaar. Dat klinkt spectaculair, maar het is geen wilde zwaardstrijd. Het lijkt eerder een manier om rangorde en indruk te tonen.

Onder dat pakijs is het trouwens minder stil dan je zou denken. De narwal communiceert met klikken, fluiten en kloppende geluiden. Meestal leven narwals in kleine groepen van 2 tot 10 dieren. In de zomer kunnen zulke groepen samenkomen tot honderden of zelfs duizenden dieren. Dan krijg je dus geen eenzame zee-eenhoorn, maar een drukke bijeenkomst vol geluid.

Een jonge narwal ziet er heel anders uit dan een oude

Een narwal verandert flink van uiterlijk tijdens zijn leven. Kalfjes zijn donkerder, vaak blauwgrijs of bruingrijs. Daarna worden ze donkerder, later grijzer, en oude dieren kunnen bijna wit worden.

Volwassen narwals zijn meestal wit met grijze en zwarte spikkels op kop, rug en vinnen. Ze hebben een korte, stompe snuit en een bol voorhoofd, de meloen. De mondlijn loopt wat omhoog, waardoor de narwal altijd lijkt te glimlachen. Dat is geen stemming, gewoon bouw.

Ook de rest van het lijf is compact. De borstvinnen zijn kort en stomp, ongeveer 30 tot 40 centimeter lang. De staartvin is rond en ongeveer 100 tot 120 centimeter breed. Alles aan de narwal lijkt gemaakt voor koud, dicht en lastig water.

Een kalf krijgen kost de narwal veel tijd

De narwal leeft in een tempo dat goed past bij het poolgebied. Geen haast, wel geduld. De paartijd valt tussen maart en mei. Daarna duurt de dracht ongeveer 15 maanden. De kalfjes worden meestal geboren in juli en augustus.

Meestal krijgt een vrouwtje één jong. Een tweeling komt zelden voor. Daarna drinkt het kalf 1 tot 2 jaar moedermelk. Dat verklaart ook waarom vrouwtjes meestal maar eens per 2 tot 3 jaar een jong krijgen. Geslachtsrijp worden narwals rond 7 tot 9 jaar.

Ook de levensduur valt op. Een narwal kan in het wild 50 tot 90 jaar oud worden. Vrouwtjes halen soms ongeveer 100 jaar, mannetjes rond 84 jaar. Dat is indrukwekkend voor een dier dat leeft in een gebied waar maandenlang ijs, kou en duisternis de dienst uitmaken.

De narwal leeft niet zorgeloos onder het ijs

De narwal heeft sinds 2017 de status “Niet bedreigd”. De geschatte populatie ligt rond 123.000 volwassen dieren. Toch is dat geen vrijbrief voor zorgeloosheid.

Narwals krijgen te maken met orka’s, ijsberen, walrussen en Groenlandse haaien. Daarnaast veranderen mensen hun leefgebied snel. Klimaatverandering speelt een grote rol. Smeltend zee-ijs verandert routes, open water en mogelijk ook de plekken waar prooidieren zitten. Scheepvaart, vervuiling, jacht en visserij tellen ook mee.

Een van de lastigste risico’s is tegelijk heel simpel: vast komen te zitten in ijs. Voor een dier dat moet ademen aan het oppervlak kan dat fataal zijn.

Voor inheemse gemeenschappen, vooral Inuit in het Arctische gebied, is de narwal cultureel belangrijk. De jacht op narwals voor vlees en ivoor hoort bij een traditionele levenswijze en wordt gereguleerd. Een klein detail dat veel zegt over leven in het hoge noorden: de huid van de narwal bevat vitamine C.

Nog iets dat biologen bezighoudt: de genetische variatie van de narwal is opvallend laag. Bij veel soorten zou dat een slecht teken zijn voor de overlevingskansen. Juist daarom blijft de narwal zo intrigerend.

De narwal in het kort: vreemd, gevoelig en verrassend handig

Als je alle losse feiten naast elkaar legt, wordt de narwal alleen maar merkwaardiger. Een walvis zonder rugvin. Een tand die voelt als een sensor. Duiken van meer dan 2 kilometer diep. Kleine groepjes die in de zomer kunnen uitgroeien tot enorme verzamelingen. En een uiterlijk dat ooit serieus doorging voor bewijs van de eenhoorn.

Misschien is dat wel het leukste aan de narwal. Hoe langer je kijkt, hoe minder hij op een fabeldier lijkt en hoe slimmer zijn rare bouw ineens wordt.

Veelgestelde vragen over de narwal

Waarom heeft een narwal een slagtand?

De slagtand van de narwal is een uitgerekte linker hoektand. Die helpt bij het waarnemen van veranderingen in waterdruk, temperatuur en zoutgehalte. Er zijn ook waarnemingen dat narwals de tand gebruiken tijdens de jacht en bij sociaal gedrag.

Waar leeft de narwal?

De narwal leeft in Arctische wateren, onder meer bij Canada, Groenland, Spitsbergen en in Russische wateren. In de winter zit hij vaak bij dicht zee-ijs, in de zomer vaker in fjorden en ondiepere kustgebieden.

Wat eet een narwal?

Een narwal eet onder meer Arctische en polaire kabeljauw, Groenlandse heilbot, inktvissen, garnalen en andere schaaldieren.

Hoe groot wordt een narwal?

De narwal wordt meestal 4 tot 5,5 meter lang, zonder slagtand. Het gewicht ligt vaak tussen 800 en 1600 kilo. Grote mannetjes kunnen rond 1900 kilo wegen.

Hoe oud wordt een narwal?

Een narwal kan in het wild 50 tot 90 jaar oud worden. Vrouwtjes halen soms ongeveer 100 jaar.