1. Home
  2. Diergroepen
  3. Zoogdieren
  4. 10 verrassende weetjes over ijsberen
10 verrassende weetjes over ijsberen

10 verrassende weetjes over ijsberen

7 min lezen

Een ijsbeer ziet eruit als een wandelende sneeuwhoop. Tot je beter kijkt. Dan blijkt die “witte” beer een zwarte huid te hebben, een blauwe tong en haren die helemaal niet wit zijn. Juist dat maakt de ijsbeer zo’n vreemd en fascinerend dier.

De ijsbeer, Ursus maritimus, leeft op en rond het zee-ijs van het Noordpoolgebied. Zijn wetenschappelijke naam betekent letterlijk zeebeer, en dat past perfect. Dit roofdier loopt over ijs, jaagt op zeehonden en zwemt moeiteloos door ijskoud water. Achter dat bekende plaatje van een grote witte beer schuilt een specialist met een stel opvallende trucjes.

Die witte vacht is eigenlijk een optische illusie

Het bekendste kenmerk van de ijsbeer klopt maar half. Zijn vacht lijkt wit, soms gelig of wat grijzig, maar de haren zelf zijn doorzichtig en hol. Door de manier waarop licht erop valt, oogt de beer wit.

Daaronder zit nog een verrassing: de huid is zwart. Dat helpt bij het opnemen van warmte. Je ziet het niet als een beer over het pakijs loopt, maar het maakt het dier meteen minder “sneeuwwit” dan veel mensen denken.

En dan is er nog die tong. Die is blauw. Alsof de natuur dacht: we maken hem toch al vreemd, dus dit kan er ook nog wel bij. Welpen worden trouwens geboren met een roze huid. Pas later krijgt hun lichaam de kenmerken die zo goed passen bij het leven in de poolkou.

Zijn poten werken als sneeuwschoenen

Wie honderden kilo’s weegt, zakt op zachte ondergrond al snel weg. De ijsbeer heeft daar iets op gevonden. Zijn voetzolen kunnen tot 30 centimeter breed worden. Dat zijn bijna ingebouwde sneeuwschoenen.

Onder die poten zitten kleine bobbeltjes, papillen, die extra grip geven op glad ijs. Dat is handig als je stil moet blijven bij een ademgat van een rob. Uitglijden op het verkeerde moment kost hier gewoon een maaltijd.

Tussen de tenen zitten ook zwemvliezen. Daardoor is dit dier niet alleen sterk op het land, maar ook in het water. De lange nek helpt bij het zwemmen, net als de gestroomlijnde kop. Kleine oren en een korte staart beperken juist warmteverlies. Die staart is maar 8 tot 13 centimeter lang. Bij een dier van dit formaat is dat opvallend kort.

Groot is bij een ijsbeer geen loze omschrijving

Sommige dieren ogen op foto’s indrukwekkender dan in het echt. Bij de ijsbeer werkt het andersom. Als je de maten leest, snap je meteen waarom.

Een volwassen mannetje wordt meestal 2,3 tot 2,6 meter lang en weegt vaak tussen 300 en 800 kilo. Grote exemplaren halen 3 meter. Vrouwtjes zijn kleiner, met een lengte van 1,8 tot 2 meter en een gewicht van 150 tot 300 kilo.

Er is ook een beroemde uitschieter gemeten van 3,7 meter en 1002 kilo. Dat is geen beer meer die je “best groot” noemt. Rechtopstaand kan een volwassen mannetje tot ongeveer 3,5 meter reiken. Dan voelt een mens ineens heel klein.

Koud dier, snel oververhit

Dat klinkt tegenstrijdig, maar een ijsbeer kan het te warm krijgen. Hij leeft in een van de koudste gebieden op aarde, maar draagt ook een dikke vetlaag en een vacht die uitstekend isoleert.

Bij veel inspanning, zeker buiten de strengste kou, loopt zijn lichaamstemperatuur sneller op. Daarom zie je dit roofdier vaak zuinig bewegen. Geen eindeloze achtervolgingen dus, maar geduld, slim positioneren en op het juiste moment toeslaan.

Dat geeft meteen een ander beeld. De ijsbeer is geen onstuitbare machine die altijd maar doorgaat. Hij is juist gebouwd voor korte, krachtige acties in een ijzige wereld waar energie sparen loont.

Jagen is vaak wachten, wachten en nog eens wachten

Wie aan een groot roofdier denkt, ziet al snel een wilde sprint voor zich. Bij de ijsbeer is de jacht meestal stiller. Hij wacht bij ademgaten in het ijs, speurt sneeuwholen van robben op of sluipt voorzichtig dichterbij.

Zijn reukzin is daarbij een groot wapen. Een prooi kan hij op 32 tot 35 kilometer afstand al ruiken. Dat is een absurd bereik, zelfs voor een roofdier dat van zijn neus moet leven.

Toch eindigt lang niet elke poging in succes. Slechts ongeveer 2 procent van de jachtpogingen lukt. Dat getal maakt veel duidelijk. Een ijsbeer is sterk, maar zijn leven is geen aaneenschakeling van makkelijke overwinningen. Ongeveer de helft van zijn tijd gaat op aan jagen, en dan nog grijpt hij vaak mis.

Juist daarom is een vette zeehond zo belangrijk. Daar haalt hij de energie uit die hij nodig heeft om in zo’n hard leefgebied te overleven.

Verrassend snel voor een dier van honderden kilo’s

Op het eerste gezicht lijkt een ijsbeer log. Dat beeld verdwijnt snel zodra hij in beweging komt. Op land kan hij snelheden tot 40 kilometer per uur halen.

Dat is veel voor een roofdier dat soms richting de 800 kilo gaat. Zo’n sprint houdt hij niet lang vol, maar dat hoeft ook niet. Zijn jacht draait om korte kansen. Eerst geduld, dan ineens snelheid.

In het water is hij al net zo indrukwekkend. Daar komen die grote poten en zwemvliezen goed van pas. Het is niet voor niets een beer die zo sterk aan zee-ijs is gebonden. Hij hoort thuis op de grens van land, ijs en water.

Drinken doet hij anders dan je zou denken

Midden in een wereld vol zout water zou je verwachten dat drinken lastig is. Toch drinkt een ijsbeer geen zeewater. Het vocht dat hij nodig heeft, haalt hij uit zijn voedsel.

Dat is zo’n detail dat veel zegt over hoe gespecialiseerd deze soort is. Waar andere dieren actief op zoek moeten naar zoet water, haalt deze beer zijn vocht gewoon uit prooien en vetrijke voeding.

Nog een opvallend feit: de lever bevat zulke hoge concentraties vitamine A dat die voor mensen giftig kan zijn. Dat zegt vooral iets over hoe anders het lichaam van deze poolbewoner werkt. Wat voor hem normaal is, is dat voor ons allerminst.

Welpen beginnen als halve kilo in een sneeuwhol

Bij zo’n reus verwacht je stevige jongen. De werkelijkheid is bijna komisch. IJsbeerwelpen wegen bij de geboorte ongeveer 0,5 kilo en zijn blind.

Ze worden meestal in de winter geboren in een sneeuwhol dat het vrouwtje heeft gegraven. Na een draagtijd van ongeveer 8 maanden krijgt ze vaak 1 of 2 jongen, soms 3 of 4. Dat betekent dat een moeder van honderden kilo’s start met welpen die lichter zijn dan een pak suiker.

Daarna volgt een lange leertijd. De jongen blijven 2 tot 3 jaar bij hun moeder. In die periode leren ze jagen, zwemmen en omgaan met het leven op het ijs. Dat is geen luxe. In het Noordpoolgebied kunnen kleine fouten grote gevolgen hebben.

Zie je in een dierentuin of opvang een welp die sloom is, slecht eet of andere klachten heeft, dan hoort daar altijd een dierenarts naar te kijken. Bij jonge dieren kan achteruitgang snel gaan.

Meestal alleen, behalve als eten alles verandert

IJsberen leven meestal solitair. Dat past bij een roofdier dat enorme afstanden aflegt over het pakijs. Ze kunnen ongeveer 20 kilometer per dag afleggen en hun leefgebied kan oplopen tot 15.000 vierkante kilometer.

Toch zijn er momenten waarop die afstandelijkheid verdwijnt. Bij een groot karkas of een plek met veel voedsel kunnen meerdere beren elkaar tijdelijk verdragen. Dan ontstaat een zeldzaam beeld: een dier dat normaal alleen rondtrekt, maar onder de juiste omstandigheden toch soortgenoten duldt.

Dat sociale leven blijft wel ruw. In de paartijd kunnen mannetjes agressief zijn. Ook welpen lopen risico in een omgeving waar voedsel en kansen niet gelijk verdeeld zijn. Bij een ijsbeer draait gedrag uiteindelijk om energie, timing en overleven.

Een poolreus die afhankelijk is van zee-ijs

De ijsbeer staat aan de top van de voedselketen in zijn leefgebied. Daarmee speelt hij een belangrijke rol in het ecosysteem van het Noordpoolgebied. Maar tegelijk is hij opvallend kwetsbaar, juist omdat hij zo gespecialiseerd is.

Minder zee-ijs betekent minder plekken om op robben te jagen. En minder succesvolle jacht betekent minder vetreserves. Voor een dier dat zo sterk op die ijzige wereld is afgestemd, is dat een groot probleem.

Wereldwijd leven er naar schatting 20.000 tot 31.000 ijsberen. De soort geldt als kwetsbaar. Al in 1973 werd een internationale overeenkomst gesloten om deze beer te beschermen. Dat past bij een dier dat tegelijk oersterk en afhankelijk is: een roofdier van formaat, maar wel één dat zonder zee-ijs in de knel komt.

FAQ over de ijsbeer

Hoe groot wordt een ijsbeer?

Een mannetje wordt meestal 2,3 tot 2,6 meter lang en weegt vaak 300 tot 800 kilo. Vrouwtjes blijven kleiner en wegen meestal 150 tot 300 kilo.

Wat eet een ijsbeer?

Vooral zeehonden, zoals ringelrobben en baardrobben. Daarnaast eet hij ook aas, bijvoorbeeld walviskarkassen, en soms vis, zeevogels, eieren, rendier en wat plantaardig voedsel.

Waar leeft de ijsbeer?

Op en rond het zee-ijs van het Noordpoolgebied, onder meer bij Canada, Groenland, Rusland, Alaska en Noorwegen.

Houdt een ijsbeer een winterslaap?

Nee, niet zoals veel andere beren. Alleen drachtige vrouwtjes houden een winterrust in een sneeuwhol.

Waarom lijkt een ijsbeer wit?

De haren zijn niet wit, maar doorzichtig en hol. Door lichtreflectie lijkt de vacht wit.