1. Home
  2. Diergroepen
  3. Vogels
  4. De hop vogel: waarom deze opvallende vogel meteen opvalt
De hop vogel: waarom deze opvallende vogel meteen opvalt

De hop vogel: waarom deze opvallende vogel meteen opvalt

7 min lezen

Een nest dat al op afstand te ruiken is: daar staat de hop vogel om bekend. Niet zijn kuif, niet zijn zwart-witte vleugels, maar die beruchte nestlucht maakt deze soort pas echt onvergetelijk. Toch helpt het uiterlijk flink mee. De hop (Upupa epops) ziet eruit alsof hij elke dag in gala verschijnt, met een opzetbare kuif en een vlucht die meer aan een grote vlinder doet denken dan aan een doorsnee vogel.

Wie er eentje ziet, kijkt meestal nog een tweede keer.

De hop lijkt gemaakt om op te vallen

Groot is hij niet. Een hop wordt ongeveer 25 tot 29 centimeter lang, met een spanwijdte van 44 tot 48 centimeter. Het gewicht ligt vaak tussen 55 en 87 gram. Toch trekt hij meteen de aandacht. Dat komt vooral door zijn kuif. Die lange veren, met zwarte punten, klappen open als een waaier zodra de vogel alert is of landt.

Daar blijft het niet bij. Het verenkleed is warm roodbruin tot oranjebeige, de vleugels zijn scherp zwart-wit gebandeerd en de snavel is lang en licht gebogen. Zelfs stil op de grond oogt hij al apart. In de lucht wordt het nog vreemder. De vlucht is golvend en los, bijna fladderend. Daardoor denken mensen soms eerst aan een exotische ontsnapte vogel.

Dat maakt de hop ook zo leuk om te herkennen. Je hoeft geen fanatieke vogelaar te zijn om te denken: wat was dát?

Zijn naam hoor je al voordat je hem ziet

Sommige vogels hebben een naam die je moet opzoeken. Bij de hop is dat niet nodig. Zijn naam is simpelweg een nabootsing van zijn roep: “hoep, hoep, hoep”.

Dat geluid draagt verrassend goed. Vaak hoor je hem eerder dan je hem in beeld krijgt. Zeker in open terrein kan die roep ineens uit het niets opduiken. Als je hem eenmaal kent, blijft hij hangen. Het is zo’n geluid dat precies past bij de vogel zelf: kort, apart en niet te verwarren met iets anders.

De soort leeft buiten de broedtijd vaak vrij onopvallend en meestal alleen. In de broedperiode verandert dat. Dan bewaakt hij zijn plek veel feller. Een hop deelt zijn voedselgrond niet zomaar met een buur.

Op de grond is hij op zijn best

De hop is geen vogel die hoog in bomen naar eten zoekt. Hij loopt liever over de bodem, met zijn snavel als een soort precisiegereedschap. Terwijl andere vogels pikken, prikt hij. Hij steekt die lange snavel in de grond en zoekt op de tast naar prooien.

Op het menu staan vooral grote insecten en hun larven. Denk aan kevers, emelten, veenmollen, krekels, sprinkhanen en rupsen. Ook regenwormen, slakken en spinnen worden gepakt. Soms eet hij zelfs kleine reptielen, zoals hagedissen, en in sommige gebieden ook schorpioenen.

Dat foerageren heeft iets doelgerichts. Geen gehaast gefladder, maar rustig stappen, prikken, luisteren, weer prikken. Lukt het niet met de snavel, dan helpt hij met zijn poten. Grote prooien werkt hij vaak eerst tegen een harde ondergrond. Dat klinkt ruw, maar het is gewoon de snelste manier om een spartelende insectenmaaltijd hanteerbaar te maken.

Opvallend detail: drinken doet deze vogel weinig of soms helemaal niet. Veel vocht haalt hij uit zijn prooien.

Open landschap is precies wat hij nodig heeft

Een dicht bos is niets voor de hop. Hij houdt van overzicht en van plekken waar hij goed op de grond kan zoeken. Daarom past hij zo goed in open landschappen: weilanden, boomgaarden, heide, parken, steppen, savannes en halfopen bosranden. Ook oude cultuurlandschappen met kale of korte begroeiing zijn geschikt.

Dat open karakter is belangrijker dan mensen soms denken. De vogel moet zijn prooien kunnen bereiken. Een bodem die helemaal dichtgroeit of een terrein dat te intensief wordt gebruikt, werkt tegen hem. Hij heeft ruimte nodig, maar ook rust en geschikte nestplekken, zoals holtes.

De soort komt voor in grote delen van Europa, Azië en Afrika. In warmere streken blijft hij vaak in de buurt. Vogels uit noordelijkere gebieden trekken weg wanneer het kouder wordt, vaak richting tropisch Afrika.

In Nederland blijft een ontmoeting bijzonder

Er was een tijd dat de hop in Nederland als broedvogel voorkwam. Die tijd ligt achter ons. Rond 1973 verdween hij als jaarlijkse broedvogel. Daarom staat hij op de Nederlandse Rode Lijst als verdwenen als vaste broedvogel.

Toch is het verhaal daarmee niet klaar. Tijdens de trek duikt de soort nog wel op. Vooral in april en mei, en later opnieuw in september en oktober, worden hoppen gezien als zeldzame doortrekkers. Af en toe is er zelfs weer een broedgeval. Juist dat maakt hem zo spannend voor vogelaars: hij kan ineens opduiken op een plek waar je hem totaal niet verwacht.

Ook in België blijft het een opvallende verschijning, met af en toe meldingen van broedgevallen. Zo’n waarneming gaat vaak snel rond. Niet alleen omdat de vogel zeldzaam is, maar ook omdat hij er zo onmiskenbaar uitziet. Een hop is geen soort waar je lang over hoeft te twijfelen.

Dat stinkende nest is geen ongeluk, maar een truc

Hier wordt de hop pas echt vreemd. Zijn nest staat berucht bekend om de geur. Het wordt niet netjes schoongehouden. Uitwerpselen en prooiresten hopen zich op, en dat levert een lucht op waar weinig roofdieren vrolijk van worden.

Daar komen ook oude bijnamen vandaan, zoals drekhaan en stinkhaan.

Alsof dat nog niet genoeg is, heeft het vrouwtje tijdens de broedtijd een klier bij de staartbasis die een sterke geur afgeeft. Die geur speelt mee in de verdediging van het nest. Ook de jongen kunnen zich al verdedigen. Als een belager te dichtbij komt, kunnen moeder en jongen een stinkende vloeistof afscheiden. Dat maakt een nestbezoek voor een rover meteen een stuk minder aantrekkelijk.

Wat voor ons smerig klinkt, werkt voor de vogel dus gewoon slim. Een roofdier dat afhaakt, is precies de bedoeling.

Nog zo’n merkwaardig detail: de eieren kunnen tijdens de broedtijd van kleur veranderen, van blauwgrijs naar groener of bruiner. Dat hangt samen met stoffen uit die klier van het vrouwtje. De hop heeft dus zelfs eieren met een vreemd verhaal.

Het gezinsleven speelt zich af in een donkere holte

Een hop bouwt geen open nest in een struik. Hij kiest liever een holte, bijvoorbeeld in een boom, muur of andere beschutte plek. Daar legt het vrouwtje meestal 4 tot 7 eieren, soms 8. In een seizoen zijn er 1 of 2 legsels.

Het broeden duurt ongeveer 14 tot 16 dagen. Dat doet vooral het vrouwtje. Het mannetje brengt in die tijd voedsel aan. Daarna begint de drukste fase pas echt, want de jongen moeten gevoerd worden in een nest dat al niet bepaald fris ruikt.

Na ongeveer 26 tot 30 dagen vliegen de jongen uit. Opvallend is hoe snel ze daarna al behoorlijk goed kunnen vliegen. Een jonge hop oogt eerst nog niet helemaal als een volwassen vogel. Snavel, poten en verenkleed ontwikkelen nog verder.

In het wild kan de soort ongeveer 10 jaar oud worden.

De hop helpt door insecten te eten

De hop is meer dan een mooie verschijning. Hij eet veel grote insecten en larven, en speelt daarmee een rol in het ecosysteem. Juist in gebieden met open bodem en gevarieerde begroeiing kan hij goed uit de voeten.

Wereldwijd gaat het niet slecht met de soort. De hop staat internationaal te boek als niet bedreigd. Lokaal kan het beeld heel anders zijn. In Nederland en Vlaanderen is hij als vaste broedvogel zeldzaam of verdwenen. Dat verschil laat goed zien dat een soort op wereldschaal prima kan standhouden, terwijl hij regionaal terrein verliest.

Factoren die daarbij meespelen zijn onder meer intensieve landbouw, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en veranderingen in het landschap. Minder grote insecten en minder geschikte broedplekken raken deze vogel direct.

FAQ

Hoe groot wordt een hop?

Een hop wordt ongeveer 25 tot 29 centimeter lang. De spanwijdte ligt rond 44 tot 48 centimeter.

Wat eet een hop vogel?

De hop eet vooral grote insecten, larven en poppen, zoals kevers, emelten, veenmollen, krekels, sprinkhanen en rupsen. Ook wormen, slakken en spinnen staan op het menu.

Waarom stinkt een hopnest zo?

Het nest wordt niet schoongemaakt. Uitwerpselen en prooiresten blijven liggen. Daarnaast scheidt het vrouwtje in de broedtijd een sterke geur af, en ook de jongen kunnen een stinkende vloeistof gebruiken als verdediging.

Komt de hop in Nederland voor?

Ja, maar vooral als zeldzame doortrekker. De meeste waarnemingen vallen in april en mei en opnieuw in september en oktober. Incidenteel wordt er ook gebroed.

Wat moet je doen als je een zieke of verzwakte hop vindt?

Laat de vogel zo veel mogelijk met rust en neem contact op met een vogelopvang, dierenambulance of dierenarts. Geef geen voer of medicijnen op eigen initiatief.