Een miauw boven het weiland, maar nergens een kat te zien. Kijk eens omhoog: misschien cirkelt er een buizerd. Zijn hoge, klagende ‘hieuw’ klinkt verrassend katachtig. Alleen hoort bij dit geluid een vogel met brede vleugels, die uitgespreid ruim een meter kunnen meten.
De buizerd (Buteo buteo) is de talrijkste roofvogel van Nederland. Daardoor kijk je hem misschien gemakkelijk voorbij. Daar zit er weer een op een paaltje. Toch loont het om even te blijven kijken. Die grote jager kan namelijk zomaar op de grond landen om regenwormen te verzamelen.
Bijna wit en donkerbruin horen bij dezelfde soort
Op het ene hek zit een donkere roofvogel. Een weiland verderop kijkt een bijna wit exemplaar over het gras. Twee soorten? Dat hoeft helemaal niet. Het verenkleed van deze vogels varieert sterk: sommige zijn overwegend donkerbruin, andere hebben een bijna witte onderkant.
Kleur alleen helpt dus weinig bij de herkenning. Let liever op de bouw. De vleugels zijn breed en afgerond, de staart is vrij kort. Tijdens het zweven houden veel exemplaren hun vleugels in een ondiepe V. Aan de uiteinden steken de handpennen los uit, als gespreide vingers.
Veel vogels hebben een lichte, U-vormige tekening op de borst. Op de onderkant van de vleugels kunnen donkere vlekken bij de polsen opvallen. Zulke kenmerken helpen, maar geen enkele kleurtekening past bij ieder exemplaar.
De spanwijdte bedraagt ongeveer 110 tot 140 centimeter. Vrouwtjes zijn gemiddeld groter en zwaarder dan mannetjes. Aan de kleur van de veren kun je niet betrouwbaar zien welk geslacht voor je zit.
Een paaltje is een prima plek om te jagen
Urenlang stilzitten lijkt weinig productief. Voor een buizerd kan het juist een geschikte jachtmethode zijn. Vanaf een paal, hek of boomtak overziet hij het open terrein. Verschijnt er een prooidier binnen bereik, dan verlaat hij zijn uitkijkpost.
Kleine zoogdieren vormen een belangrijk deel van zijn voedsel. Vooral muizen en woelmuizen staan op het menu, maar ook mollen en jonge konijnen kunnen ten prooi vallen. Wat hij vangt, hangt mede af van wat er plaatselijk beschikbaar is.
Een roofvogel die op een paaltje zit, rust dus niet per se uit. Hij kan ondertussen naar voedsel speuren. Dat maakt zo’n vertrouwd tafereel langs een weiland interessanter: blijf even kijken en misschien zie je het moment waarop wachten overgaat in jagen.
Niet iedere poging levert een maaltijd op. De vogel kan na een korte vlucht ook weer op zijn uitkijkpost terugkeren.
Voor regenwormen gaat hij gewoon aan de wandel
Een forse roofvogel die door het gras stapt en telkens naar de grond pikt: het past niet helemaal bij het beeld van een jager. Toch hoort ook dat gedrag bij deze soort.
Regenwormen zijn bruikbaar voedsel. Daarvoor hoeft hij niet vanuit de lucht toe te slaan. Lopend, en soms met kleine sprongen, verzamelt hij ze in het weiland. Wie alleen let op cirkelende vogels, mist dus een deel van zijn jachtgedrag.
Ook kevers, andere grote insecten, kikkers, hagedissen en jonge vogels kunnen op het menu staan. De voedselkeuze is breed. Dat betekent niet dat iedere vogel voortdurend al die prooien eet; het aanbod verschilt per plek en seizoen.
Dode dieren laat hij evenmin liggen. Vooral in de winter kan aas een voedselbron zijn. Een vers gevangen muis en een gevonden kadaver hebben voor deze jager iets gemeen: allebei leveren ze voedsel op.
Rondjes draaien zonder steeds te klapwieken
Hoog boven een veld cirkelt een vogel. Een paar vleugelslagen, daarna weer lange tijd zweven. Hoe blijft zo’n groot dier boven?
Het antwoord is thermiek: opstijgende lucht. Door daarin rondjes te draaien kan de vogel hoogte winnen zonder voortdurend met zijn vleugels te slaan. Vervolgens kan hij verder glijden.
Zweefvliegers gebruiken hetzelfde verschijnsel. Een cirkelende buizerd kan hun daarom een aanwijzing geven waar lucht opstijgt. Vogel en piloot benutten dezelfde beweging in de atmosfeer.
Vanaf de grond lijkt dat zweven soms bijna stil te staan. Toch verandert de kijkhoek voortdurend. Daardoor kunnen de lichte onderkant, donkere vleugelvlekken en korte staart afwisselend goed zichtbaar worden. Een rondcirkelend exemplaar geeft je zo meerdere kansen om de kenmerken te bekijken.
Bomen voor het nest, weilanden voor de jacht
Midden in een uitgestrekt, dicht bos vind je niet vanzelf de beste leefomgeving voor deze roofvogel. Hij heeft ook open terrein nodig om voedsel te zoeken. Juist een bosrand naast weilanden kan daardoor geschikt zijn.
De bomen bieden ruimte voor een nest; het aangrenzende land vormt jachtgebied. Ook landschappen met verspreide bosjes, heide en open plekken kunnen aan die combinatie voldoen. In Nederland en België is de soort dan ook op veel plekken te zien.
Het nest heet een horst en bestaat uit takken en twijgen. Meestal ligt het hoog in een boom, vaak in de buurt van een bosrand. Vanaf beneden valt zo’n nest niet altijd op tussen de takken.
Partners kunnen meerdere broedseizoenen bij elkaar blijven. Buiten de broedtijd zie je de vogels vaak afzonderlijk. Een exemplaar dat alleen op een hek zit, hoeft dus geen vogel zonder partner te zijn.
De winter brengt vogels uit het noorden
De roofvogel die in januari boven een Nederlands weiland hangt, hoeft daar niet te hebben gebroed. In de winter krijgen de plaatselijke vogels gezelschap uit noordelijker streken.
Onder meer uit Scandinavië trekken buizerds naar gebieden waar ze de winter kunnen doorbrengen. Nederland ligt binnen dat overwinteringsgebied. Daardoor kun je in de koude maanden meer exemplaren tegenkomen dan tijdens het broedseizoen.
Is het dan een standvogel of een trekvogel? Beide komen voor binnen dezelfde soort. Veel Nederlandse broedvogels blijven in hun omgeving, terwijl noordelijke soortgenoten zuidwaarts trekken.
Aan de veren lees je die herkomst niet zomaar af. De lichte vogel op een paaltje is dus niet automatisch een wintergast. De grote kleurverschillen bestaan ook binnen de broedpopulatie.
Na het uitvliegen blijft er nog eten komen
De voorbereidingen voor het broedseizoen kunnen al in februari beginnen. Dan vertonen paren baltsgedrag en werken ze aan het nest. De eileg volgt doorgaans in het voorjaar.
Een legsel telt meestal twee tot vier eieren. Die zijn wittig met bruine vlekken. Het vrouwtje neemt het grootste deel van het broeden voor haar rekening; het mannetje brengt ondertussen voedsel.
Na ongeveer vijf weken komen de eieren uit. De jongen blijven vervolgens zo’n zes tot zeven weken op het nest. Er moet in die periode dus veel voedsel naar dezelfde boom.
Uitvliegen betekent nog geen zelfstandig bestaan. Ook nadat de jongen het nest hebben verlaten, voeren de ouders ze nog wekenlang. Een jonge vogel die al behoorlijk groot oogt en kan vliegen, kan dus nog afhankelijk zijn van aangevoerd voedsel.
Een wegberm biedt kansen én risico’s
Langs wegen staan volop palen en bomen die als uitkijkpost kunnen dienen. Bovendien liggen er soms verkeersslachtoffers. Voor een aaseter is dat een voedselbron, maar het verkeer brengt ook gevaar mee.
Rond een nest ontstaat soms een andere risicovolle situatie. Een broedende vogel kan laag op een passerende fietser of hardloper afvliegen. Meestal gaat het om een schijnaanval die samenhangt met nestverdediging.
Geef zo’n plek ruimte en kies zo mogelijk tijdelijk een andere route. Probeer het nest niet van dichtbij te bekijken.
Vind je een gewonde roofvogel, houd dan afstand en neem contact op met de dierenambulance of een vogelopvang. Die kan zo nodig een dierenarts inschakelen.
Veelgestelde vragen over de buizerd
Hoe herken je een buizerd in de lucht?
Let op de brede vleugels met losse handpennen aan de uiteinden en de vrij korte, afgeronde staart. Bij het zweven staan de vleugels vaak in een ondiepe V. De kleur varieert te sterk om alleen daarop af te gaan.
Wat eet een buizerd?
Vooral kleine zoogdieren, waaronder muizen en woelmuizen. Daarnaast eet hij andere kleine dieren, regenwormen en aas. Welke voedselbron hij benut, verschilt per gebied en seizoen.
Welk geluid maakt een buizerd?
Zijn kenmerkende roep is een hoog, gerekt ‘hieuw’. Dat klinkt als gemiauw. Hoor je buiten een kat maar zie je er geen, kijk dan ook eens boven de bomen.
Hoe oud kan een buizerd worden?
In het wild zijn leeftijden van ruim 25 jaar vastgesteld. Dat zijn oude exemplaren, geen gemiddelde leeftijden. Veel vogels bereiken die leeftijd niet.
Waarom zit een buizerd zo vaak op een paaltje?
Een paal biedt overzicht over het omliggende terrein. Vanaf die plek kan de vogel naar prooidieren speuren zonder voortdurend te vliegen. Stilzitten hoort dus geregeld bij zijn jacht.



