1. Home
  2. Diergroepen
  3. Zoogdieren
  4. Das dieren: waar leeft de das, wat eet hij en waarom zie je hem zo weinig?
Das dieren: waar leeft de das, wat eet hij en waarom zie je hem zo weinig?

Das dieren: waar leeft de das, wat eet hij en waarom zie je hem zo weinig?

8 min lezen

Tachtig ingangen. Voor één dier klinkt dat overdreven, maar voor de Europese das is het heel normaal. Onder een heuvel of bosrand kan een burcht liggen die meer wegheeft van een ondergrondse wijk dan van een simpel hol. En toch loop je er overdag vaak langs zonder iets te merken.

De Europese das is een van de opvallendste wilde zoogdieren van onze streken. Die zwart-witte kop vergeet je niet snel. Toch zien de meeste mensen hem zelden. Dat komt niet doordat hij klein is. Met een lichaamslengte van 65 tot 90 centimeter, stevige poten en graafklauwen van 2 tot 3 centimeter is het bepaald geen dier dat je makkelijk over het hoofd ziet. Hij leeft alleen slim, stil en vooral wanneer wij binnen zitten.

Officieel heet hij Meles meles. Hij hoort bij de marterachtigen, net als wezels, marters, bunzingen en otters. Maar de Europese das heeft een heel eigen uitstraling: gedrongen, laag op de poten, met een lange snuit en een koptekening die bijna geschilderd lijkt.

De Europese das woont liever in een heuvel dan op een open veld

Wie wil weten waar de Europese das leeft, moet naar het landschap kijken. Hij houdt van plekken waar loofbos, grasland en dekking in elkaar overlopen. Bosranden, houtwallen, heggen, kleine akkers en weilanden passen goed bij zijn manier van leven. Vooral hellingen en heuveltjes zijn populair, want daarin laat een burcht zich makkelijker uitgraven.

In Nederland leeft de Europese das vooral op de hogere gronden in het oosten, zuiden en midden van het land. In het westen is hij veel schaarser. In België komt hij onder meer voor in Zuid-Limburg, de Voerstreek, Vlaams-Brabant en Waalse gebieden waar bos en weiland mooi op elkaar aansluiten.

Dat is geen toeval. Een das zoekt drie dingen tegelijk: rust, voedsel in de buurt en grond waarin je serieus kunt graven. Een open, kaal landschap zonder beschutting past daar slecht bij. Een afwisselend gebied met zachte overgangen juist wel.

Een burcht van de Europese das is een compleet gangenstelsel

Bij een dassenburcht denk je al snel aan een holletje onder een boomwortel. In werkelijkheid kan het veel groter uitpakken. Sommige burchten zijn eeuwenoud, liggen tot 4 meter diep en hebben soms wel 80 ingangen. Daarbinnen zitten tientallen kamers en gangen.

Zo’n burcht is het middelpunt van het leven van de Europese das. Hier slaapt hij, hier rust de groep en hier worden jongen grootgebracht. Dassen leven vaak in familiegroepen, ook wel clans genoemd. Zo’n groep bestaat meestal uit 3 tot 6 dieren, al kunnen het er ook meer zijn.

Opvallend genoeg trekken ze er tijdens het zoeken naar voedsel vaak alleen op uit. Rond de burcht is het dus druk, maar buiten werkt ieder dier grotendeels voor zichzelf. Dat contrast maakt de soort interessant: samen wonen, alleen foerageren.

Nog zo’n detail dat goed blijft hangen: dassen zijn netjes. Ze gebruiken latrines, kleine mestputjes buiten het nest, in plaats van hun burcht te vervuilen. Ook slepen ze vers nestmateriaal naar binnen en vervangen dat geregeld. Dat verwacht je misschien niet bij zo’n stevig gebouwde graver, maar het past helemaal bij zijn vaste gewoontes.

Waarom je de Europese das bijna nooit ziet

De simpelste reden: de Europese das leeft vooral in de schemering en nacht. Overdag blijft hij meestal onder de grond. Tegen de tijd dat hij naar buiten komt, zijn veel mensen alweer thuis.

Daar komt zijn schuwe gedrag nog bij. Hij kiest graag routes langs dekking, zoals heggen, bosranden en houtwallen. Daardoor kan een das vlakbij zijn zonder op te vallen. Hij scharrelt langs de rand van een weiland, steekt een pad over en verdwijnt weer in het donker.

Zijn neus helpt daar flink bij. Een das ruikt 700 tot 800 keer beter dan een mens. De kans is dus groot dat hij jou allang in de gaten heeft voordat jij ook maar iets vermoedt. Voor een dier dat sterk op geur vertrouwt, is vroeg opmerken gewoon handig.

Zelfs in zijn eigen burcht is hij verrassend behendig. De Europese das kan achterstevoren omhoog lopen in smalle gangen. Dat klinkt vreemd, maar in een krap ondergronds stelsel is het een praktische vaardigheid.

Wat eet de Europese das? Vooral iets glibberigs

Veel mensen denken bij een marterachtige meteen aan een fanatieke jager. De Europese das pakt het anders aan. Hij is een alleseter en eet vooral wat hij makkelijk kan vinden. Regenwormen zijn daarbij vaak het belangrijkst. In sommige perioden kunnen ze tot 90 procent van het dieet vormen.

Dat maakt het beeld van de das meteen een stuk aardser. Geen spectaculaire achtervolgingen, maar rustig zoeken in grasland, snuffelen met die lange snuit en oppikken wat voorhanden is.

Verder eet hij insecten zoals kevers, larven, rupsen, emelten en engerlingen. Ook slakken, padden, kikkers, eieren, muizen, ratten, mollen, jonge konijnen en egels staan op het menu. Daarnaast eet hij plantaardig voedsel: bosvruchten, gevallen fruit zoals kersen, pruimen en appels, plus noten, eikels, knollen, maïs, koren, gras en paddenstoelen.

Dat brede menu past goed bij zijn leefgebied. Een dier dat in bosranden, weilanden en kleinschalig boerenland leeft, profiteert van wat het seizoen biedt. En hoewel hij er wat log uitziet, kan de Europese das op korte afstand nog verrassend snel zijn: 25 tot 30 kilometer per uur.

De Europese das leeft in een familie, maar met duidelijke grenzen

Een dassenclan deelt meer dan een burcht. Dieren uit dezelfde groep verzorgen ook elkaars vacht. Dat geeft een ander beeld dan dat van een eenzame nachtelijke schim. Rond de burcht speelt zich een sociaal leven af, met vaste routines en onderlinge herkenning.

Tegelijk zijn de grenzen duidelijk. Het territorium van een groep beslaat meestal 30 tot 50 hectare. Dat gebied markeren dassen met geurstoffen uit klieren bij de staartbasis en uit de anaalklier. Ook de latrines helpen daarbij. Wat voor ons onopvallend lijkt, is voor een das heldere informatie.

Die combinatie van sociaal en zelfstandig maakt de Europese das boeiend. Hij is geen dier dat voortdurend in groep op pad gaat, maar ook geen uitgesproken solist. De burcht is het thuisfront. Daarbuiten draait het vooral om eigen routes en eigen voedselzoektocht.

Jonge Europese dassen hebben hun strepen al meteen

Zelfs pasgeboren jongen dragen al iets van hun beroemde uiterlijk. Ze komen blind en bijna kaal ter wereld, maar de strepen op de kop zijn dan al zichtbaar. Een jong weegt bij de geboorte 75 tot 132 gram en is ongeveer 12 tot 15 centimeter lang.

De geboorte vindt plaats in februari. Een vrouwtje krijgt meestal 2 tot 4 jongen, vaak 3. De voortplanting van de Europese das heeft nog een bijzonder detail: vertraagde innesteling. De bevruchte eicel nestelt zich niet meteen in de baarmoederwand, maar pas later in de winter. Daarna duurt de werkelijke draagtijd nog 7 tot 8 weken.

Na ongeveer 5 weken gaan de ogen open. Rond 8 tot 9 weken komen de jongen voor het eerst boven de grond. Dat moet een opvallend gezicht zijn: kleine dassen die uit een oude burcht verschijnen, nog compact en onwennig, maar al met die herkenbare zwart-witte kop.

De Europese das is sterk, maar verkeer blijft een groot probleem

De Europese das staat niet als bedreigd op de Nederlandse Rode Lijst, maar dat betekent niet dat hij zorgeloos leeft. Verkeer is de grootste bedreiging. In Nederland sterven jaarlijks ongeveer 1200 dassen op de weg. Dat is ongeveer een vijfde van de populatie.

Dat drukt de gemiddelde leeftijd flink. In het wild kan een das 14 tot 15 jaar oud worden. In Nederland ligt de gemiddelde leeftijd rond 5 tot 6 jaar, vooral door verkeersslachtoffers.

Daarnaast spelen verdrinking in kanalen, vergiftiging, stroperij, verstoring en versnippering van het leefgebied een rol. Wegen, bebouwing en intensief landgebruik knippen het landschap op. Juist voor een dier dat afhankelijk is van dekking, voedselrijke graslanden en veilige routes is dat een probleem.

De Europese das is daarmee ook een soort graadmeter voor de kwaliteit van een landschap. Waar genoeg voedsel, rust en verbinding tussen leefgebieden zijn, maakt hij meer kans. Zijn burchten hebben bovendien nog een extra functie: andere dieren kunnen er ook gebruik van maken.

Zie je een Europese das overdag?

Een das die je in de schemering ziet, hoeft niets bijzonders te betekenen. Maar zie je een Europese das overdag, of oogt het dier verzwakt, gewond of gedesoriënteerd, houd dan afstand en neem contact op met een dierenarts, wildopvang of andere deskundige hulpverlener. Probeer het dier niet zelf te voeren of te behandelen.

FAQ over de Europese das

Hoe groot wordt een Europese das?

De Europese das wordt 65 tot 90 centimeter lang. De staart is 12 tot 20 centimeter en de schouderhoogte ligt rond 30 centimeter.

Wat eet een Europese das?

Regenwormen vormen vaak het belangrijkste voedsel. Daarnaast eet hij insecten, slakken, padden, kikkers, eieren, kleine zoogdieren, fruit, noten, eikels, knollen, maïs en koren.

Waar leeft de Europese das?

Hij leeft graag in glooiende landschappen met loofbos, grasland, heggen, houtwallen en kleinschalige akkers of weilanden. Burchten liggen vaak in hellingen en heuveltjes.

Houdt de Europese das een winterslaap?

Nee, de Europese das houdt geen echte winterslaap. Wel kent hij winterrust en is hij in koude perioden minder actief.

Hoe oud wordt een Europese das?

In het wild kan hij 14 tot 15 jaar oud worden. Door verkeerssterfte ligt de gemiddelde leeftijd in Nederland rond 5 tot 6 jaar.